
Wet opheffing openbaar lichaam Rijnmond
Artikel 8
1
De gemeenschappelijke regelingen waarin het openbaar lichaam deelneemt op de dag voorafgaande aan de datum van opheffing, blijven van kracht.
2
De deelnemers aan gemeenschappelijke regelingen als bedoeld in het eerste lid treffen voor zoveel nodig binnen zes maanden na de datum van de opheffing met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen de in verband met de opheffing van het openbaar lichaam nodige voorzieningen. Zij kunnen daarbij afwijken van de bepalingen van die regelingen met betrekking tot wijziging en opheffing van de regeling en het toe- en uittreden van deelnemers. De in de eerste volzin genoemde termijn kan door Onze Minister worden verlengd.
3
Indien de voorzieningen, bedoeld in het tweede lid, niet binnen de daarvoor gestelde termijn zijn getroffen, kan dit geschieden door Onze Minister.
4
De leden van bij gemeenschappelijke regeling ingestelde organen, aangewezen vóór de datum van opheffing door het openbaar lichaam, blijven in deze organen zitting hebben totdat de deelnemers zo nodig met afwijking van hetgeen bij de regeling ten aanzien van de zittingsduur is bepaald, in de aanwijzing hebben voorzien.

